Ervaringen van een ouder en oud-lid

Uw zoon of dochter gaat volgend jaar studeren en wordt wellicht lid van een studentenvereniging. Misschien bent u al bekend met het fenomeen 'studentenverenigingen', doordat u vroeger zelf lid bent geweest of bekenden in uw omgeving lid zijn (geweest) van een studentenvereniging.  Of u weet nog niet precies wat een studentenvereniging inhoudt, wat de beweegredenen zijn voor studenten om lid te worden en wat ze aan lidmaatschap van een vereniging hebben. Op deze pagina leest u de ervaringen van oud-leden, waarvan er een zelf vader is, om u meer inzicht te geven in de studentenverenigingscultuur. 


Erwin van Gogh (oud-lid en vader van vier kinderen), apotheker in Driebergen

 

Het studentenleven ligt alweer bijna 30 jaar achter me, maar ik herinner me mijn studententijd als was het gisteren.  Mijn zoon Tom zit midden in zijn eindexamens en is druk met de grote keuzes voor volgend jaar. Wat wil ik gaan studeren, waar ga ik studeren en hoe moet ik dat doen? Als vader, als alumnus van de UU en als reünist van Unitas S.R. in Utrecht, zeg ik hem rechtuit: word lid van een studentenvereniging!

In 1983 kwam ik aan in Utrecht om farmacie te studeren. Het verenigingsleven van een ‘echte’ studentenvereniging trok mij – door de vele verhalen - meteen aan en de keuze was snel gemaakt. Mijn vader, Tom’s grootvader, had ook in Utrecht gestudeerd, maar was zelf geen lid van een vereniging. Mijn moeder, Tom’s oma, had veel vrienden die actief waren in het studentenleven en heeft het altijd heel jammer gevonden dat mijn vader nooit lid is geweest van een vereniging. Zij heeft mij gestimuleerd om direct in het eerste studiejaar lid te worden van een studentenvereniging, in mijn geval van Unitas S.R..

Het lidmaatschap tijdens het studentenleven was een hele goede keuze. Het gaf mij een grote sociale kring ver buiten farmacie, vriendschap, een nieuwe kamer in een studentenhuis, gala’s en heel veel ‘kroegjool’. Zo leerde ik dankzij het novitiaat (red: kennismakingstijd) binnen mum van tijd meer dan 100 jaargenoten kennen. Naast de jaarclub en het tappen ben ik ook bestuurder geweest van het Pharmaceutisch Dispuut Unitas, wat mij bestuursverantwoordelijkheid gaf.

Studeren is niet alleen de studie met goed gevolg afleggen. Studeren, zeker in hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs, moet gepaard gaan met extra-curriculaire activiteiten, persoonlijke ontwikkeling en een blik op de wereld om je heen. Dat heb je nodig wanneer je met bul de grote mensenwereld instapt en gaat solliciteren om een baan te vinden.


Ik wens mijn kinderen, zoals ik nu bij Tom doe, toe dat zij niet alleen de boeken lezen, tentamens maken en onderzoek doen in een lab om vervolgens in het Academiegebouw de bul op te halen, zonder enig besef van de studentenwereld om hen heen. Ik wil dat ze om zich heen kijken en meedoen met de (studenten)gemeenschap en hun leeftijdgenoten. Dat kan middels een studentenvereniging.

En ja, ik zie mijn jaarclub nog steeds.


Herman Kamans (oud-lid), parttime werkzaam bij een groot landelijk ochtendblad en parttime student

 

In het begin van mijn studententijd had ik weinig op met studentenverenigingen; zonder me er al te zeer in te verdiepen, typeerde ik die – en hun leden - als uniform, brallerig en kinderachtig. Dat veranderde na een jaar aan de Universiteit Utrecht. Een vreemde stad en een studie die me hoogstens contacten maar geen vrienden opleverde, maakten dat ik me bij vlagen vrij eenzaam voelde. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en lid te worden van studentenvereniging Veritas.

Lid worden heeft mijn (studenten)leven aanzienlijk verrijkt. Op een studentenvereniging leg je gemakkelijk contacten, en ik vond het buitengewoon leuk en leerzaam om met mensen uit verschillende (studie) disciplines om te gaan. Leuk waren de vele feesten, borrels en activiteiten die er werden georganiseerd (waarvan ik een liftwedstrijd naar Spanje met wel 100 medestudenten, nog steeds als een van de hoogtepunten beschouw); leerzaam de sociale interactie, het samen organiseren van activiteiten, het bezoeken van lezingen of bijvoorbeeld deelname aan debatwedstrijden.


Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik me heb moeten conformeren aan een vorm van groepsdwang, en voelde me als een vis in het water. Binnen de vereniging kreeg ik een jaarclub en werd ik lid van een dispuut. Met mijn jaarclub ga ik –ruim twintig jaar later – nog elk jaar een paar dagen skiën, de activiteiten van het dispuut bezoek ik ook nog steeds een paar keer per jaar.

Ik begon dit stukje met te vertellen dat ik parttime werk. De reden hiervan is dat ik sinds enige jaren weer voltijdstudent ben, nu bezig met mijn Master. Als ‘fossiel’ student kijk ik soms een tikje jaloers naar mijn medestudenten die zich nu volop in het studentenleven begeven. Maar ook nu pluk ik nog de vruchten van mijn lidmaatschap van de studentenvereniging destijds: soms drink ik eens een biertje met de jongste lichting van mijn dispuut en wisselen we wetenswaardigheden, uittreksels of studieboeken uit.

Tegen ouders die vrezen dat hun kinderen (erg) zullen veranderen, kan ik alleen maar zeggen: ‘Ja, dat gaat gebeuren. En dat hóórt ook zo. Scholieren worden studenten, kinderen worden volwassen. Wen alvast maar aan het idee.’ Maar ter geruststelling: een studentenvereniging is behalve een plek om veel plezier te maken ook een relatief veilige omgeving om tot wasdom te komen.’  Zelf had ik deze tijd voor geen goud willen missen en ben ik reuzeblij dat ik destijds – over mijn vooroordelen heen – de stap heb gezet. 


Op de pagina  'Meerwaarde studentenvereniging' informeert de Word Lid! redactie u over veelvoorkomende argumenten voor studenten om zich aan te melden bij een studentenvereniging.